Basic-Fit kocht honderden Duitse sportclubs, maar daarmee nog geen gehoorzame franchisenemers. De zelfstandige ondernemers achter overnameprooi Clever Fit blijken niet vanzelf over te stappen op het Basic-Fit-model. Daardoor dreigt de Duitse expansie meer kapitaal te kosten dan eind vorig jaar werd voorgespiegeld.
Basic-Fit bouwde zijn succes jarenlang op één merk en één herkenbare formule. Iedere club kreeg ongeveer dezelfde uitstraling en dezelfde apparatuur. Of je nu in Amsterdam of Appelscha ging trainen, je betaalde dezelfde prijs en wist wat je kreeg. Die eenvoud was de machine achter de schaalvoordelen, efficiënte marketing en heldere verwachtingen bij klanten.
Juist daarom was het opvallend dat René Moos op de Capital Markets Day in november 2023 aankondigde dat Basic-Fit ook een model van franchising wilde verkennen. Na lang broeden stak Basic-Fit niet voorzichtig een teen in het water. Met de in november afgeronde overname van Clever Fit zette het bedrijf in één keer een grote stap richting franchising.
Met Clever Fit kreeg Basic-Fit 493 clubs, waarvan 454 franchiseclubs. Die laatste clubs zijn geen eigendom van Basic-Fit, maar van zelfstandige ondernemers.
Honderd ombouwen
Basic-Fit kocht dus wel het franchisenetwerk, maar niet de vrijheid om zomaar overal het vertrouwde oranje logo aan de gevel te hangen.
Tijdens een presentatie in december legde Basic-Fit de lat aanvankelijk hoog. Het bedrijf wilde dit jaar ongeveer honderd clubs ombouwen naar het merk Basic-Fit. Nieuwe Duitse franchiseclubs zouden voortaan onder het merk Basic-Fit openen. Ook stond een landelijke reclamecampagne op het programma.
Een paar maanden later klonk topman René Moos een stuk voorzichtiger. Op de Capital Markets Day (CMD) in april erkende hij dat de gesprekken met franchisenemers tijd kosten. Basic-Fit had Clever Fit toen pas ruim vier maanden in bezit. Sommige ondernemers runden hun club al tien of twintig jaar en moesten volgens Moos eerst herstellen van ‘de schok’ dat hun grootste concurrent hen had overgenomen.
Ook bij de halfjaarcijfers gaf Moos geen aantal. Een analist vroeg hoeveel Clever Fit-franchiseclubs in de eerste helft waren overgestapt naar Basic-Fit. Volgens Moos was het daarvoor ‘nog wat vroeg’. Er lopen verschillende gesprekken met franchisenemers, maar hoeveel ondernemers hebben getekend of daadwerkelijk zijn omgebouwd, bleef onduidelijk.
Helemaal stil staat de operatie niet. Volgens Moos zijn de eerste twee Clever Fit-clubs die Basic-Fit zelf bezit in Duitsland inmiddels omgebouwd. Het onderscheid is wezenlijk: bij eigen clubs bepaalt Basic-Fit zelf het tempo, bij franchiseclubs moet de ondernemer instemmen en betalen.
Basic-Fit wijst ook op vooruitgang achter de schermen. Er is een nieuwe franchiseboard van acht personen, leverancierscontracten zijn verbeterd en er zijn stappen gezet met de marketing. Sommige Clever Fit-franchisenemers willen bovendien nieuwe clubs onder het merk Basic-Fit openen. Dat is een positief signaal, maar iets anders dan het ombouwen van hun bestaande vestigingen.
Toch blijft de uitgangssituatie rommelig: uiteenlopende contracten, twee merken en ongeveer 160 zelfstandige ondernemers. Voor Moos, die standaardisatie en efficiëntie tot kunst heeft verheven, moet dat haast een gruwel zijn. Hij stelde ook op de CMD dat een netwerk met veel franchisenemers die maar één club hebben te veel werk oplevert. Hij wil op termijn liever samenwerken met grotere ondernemers die minstens tien en liefst twintig clubs openen.
Een duurder contract
Afgaand op de woorden van Moos heeft de huiverigheid ook een emotionele kant. Voor sommige sportschoolhouders kwam de overname als ‘een schok’. Wie ombouwt, levert bovendien veel zeggenschap in, bijvoorbeeld over de inrichting en het aantal en type apparaten.
Daarna volgt de financiële rekensom. De eigenaar betaalt zelf circa 125.000 euro voor een eenvoudige ombouw en ongeveer 250.000 euro voor technologie die grotendeels onbemande opening mogelijk maakt. Met nieuwe apparatuur, ventilatie en koeling loopt de rekening verder op.
Ook de jaarlijkse lasten kunnen fors stijgen. Hoewel de contracten verschillen, noemde Moos voor sommige Clever Fit-clubs een royalty van 4 à 5 procent van de omzet. Voor marketing betaalden franchisenemers ongeveer 500 euro per maand. Het in december gepresenteerde Basic-Fit-model gaat uit van 7 procent royalty en nog eens 7 procent voor lokale en landelijke marketing.
Basic-Fit spiegelt die franchisenemers juist groei voor. Het wijst op Spanje, waar het ledental van 42 overgenomen McFIT-clubs met 60 procent steeg, de omzet met 43 procent en de operationele winst met ruim 50 procent. Maar die vergelijking gaat niet vanzelf op. De tarieven bij Clever Fit lopen sterk uiteen en liggen soms veel hoger. Moos noemde bedragen van 30 euro tot zelfs 70 of 80 euro per maand, terwijl het standaardaanbod van Basic-Fit rond 25 euro ligt. Wie zijn prijs verlaagt, heeft dus veel meer leden nodig om dezelfde omzet te behouden.
Voor sommige clubs is de rekensom hard. Wie nu 50 euro per maand vraagt, moet bij Basic-Fit meer dan twee keer zoveel leden aantrekken om hetzelfde bedrag over te houden. Daar komen hogere afdrachten en de kosten van de ombouw nog bovenop. Vooral kleinere clubs in kleinere plaatsen kunnen daardoor afhaken. Hun marktgebied en de capaciteit van de sportschool lijken te beperkt voor stevige ledengroei. Moos lijkt er dan ook rekening mee te houden dat een deel voorlopig onder de naam Clever Fit blijft.
Voor de goede orde: dit is geen volledige exploitatierekening. Lagere personeelskosten, betere inkoopvoorwaarden en goedkopere technologie kunnen de uitkomst verbeteren. Basic-Fit verstrekt alleen te weinig gegevens om die voordelen per club te kwantificeren.
Schaal komt voorlopig vooral via overnames
Basic-Fit heeft haast. Duitsland kost nog geld, omdat het bedrijf daar al een hoofdkantoor en merkorganisatie heeft opgebouwd, terwijl het netwerk nog te klein is voor efficiënte landelijke marketing. Daar zit een kip-en-eiprobleem. Basic-Fit wil pas landelijk adverteren zodra Duitsland ongeveer tweehonderd clubs onder het eigen merk telt, terwijl dat er volgens Moos nu nog maar zestig à zeventig zijn.
Franchisenemers moeten dus eerst investeren en meer afdragen, voordat zichtbaar wordt hoeveel extra leden die reclame oplevert. De begin deze maand aangekondigde overname van wellYou helpt Basic-Fit uit die patstelling, maar wel door zelf geld op tafel te leggen.
Basic-Fit nam al een pakket Clever Fit-clubs over van een franchisenemer. Met de wellYou-overname komen daar 41 eigen Duitse vestigingen bij. Als eigenaar kan Basic-Fit die clubs zonder verdere onderhandelingen ombouwen en onder het eigen merk brengen.
Dat versnelt de groei, maar maakt de Duitse expansie weer kapitaalintensief. Voor wellYou betaalt Basic-Fit 52 miljoen euro, bijna 1,3 miljoen euro per club. Daar blijft het waarschijnlijk niet bij. Moos schat de ombouwkosten voorlopig op ongeveer 250 duizend euro per club, al wordt het exacte bedrag nog berekend. Bij een vrijwillige franchiseombouw betaalt de ondernemer juist zelf de investering, waarna Basic-Fit royalty’s ontvangt.
Zelf nieuwe clubs openen of bestaande sportscholen volledig overnemen, vergt aanzienlijk meer kapitaal dan het kapitaallichte franchisemodel dat Basic-Fit beleggers voorhield.
Voor beleggers is niet alleen de vraag of Duitsland voldoende schaal krijgt van belang, maar ook de prijs daarvan. Hoe meer clubs Basic-Fit zelf moet kopen, hoe verder het afraakt van de kapitaallichte groei die het juist heeft beloofd.
De komende kwartalen tellen daarom twee cijfers: het aantal franchiseclubs dat op kosten van de ondernemer wordt omgebouwd en het bedrag dat Basic-Fit zelf aan overnames besteedt. Zolang Basic-Fit geen betekenisvol aantal franchiseombouwen kan laten zien, moet het de Duitse schaal vooral zelf financieren.
| Basic-Fit houdt eindelijk geld over |
|
• Jarenlang ging vrijwel iedere beschikbare euro terug het bedrijf in. Basic-Fit opende in hoog tempo nieuwe sportscholen, terwijl een vestiging doorgaans enkele jaren nodig heeft om volledig op stoom te komen. Daardoor groeide de onderneming hard, maar bleef de vrije kasstroom achter. • Daar komt nu verandering in. In 2025 hield Basic-Fit voor het eerst geld over. In de eerste helft van 2026 bedroeg de vrije kasstroom 24,6 miljoen euro, tegen een uitstroom van 57,4 miljoen euro een jaar eerder. Voor heel 2026 verwacht het bedrijf opnieuw een ‘significante verbetering’. • De grootste bijdrage kwam van de 55 miljoen euro hogere operationele winst. Minder bouwen hielp ook: de expansie-investeringen daalden met bijna 30 miljoen euro. Ruim een derde van de kasstroomverbetering kwam dus uit lagere groei-uitgaven. • Basic-Fit houdt bedrijfsovernames buiten zijn definitie van vrije kasstroom. De 52 miljoen euro voor wellYou drukt daarom niet op de gepresenteerde vrije kasstroom, maar gaat economisch natuurlijk wel de deur uit. De maatstaf laat dus niet zien hoeveel geld er na overnames werkelijk overblijft. • Nog een keer terug naar Clever Fit. Kort na de overname werd door een fraudegeval 4,2 miljoen euro weggesluisd. Basic-Fit zet de schade als eenmalige post buiten de onderliggende winst. Financieel is het bedrag te overzien, maar het incident roept wel vragen op over de interne controle bij de nieuwe dochter. Ook op dit vlak heeft Hoofddorp kennelijk nog werk aan de integratie. |
Minder nieuwe clubs, fors meer vrije kasstroom
Bron: jaarverslagen en Bloomberg. Vrije kasstroom in miljoenen euro. De omslag komt mede doordat Basic-Fit minder investeert in nieuwe clubs. Cijfers voor 2026 en 2027 zijn analistentaxaties.